afbeelding van Goblin

De Heinkel "Wespe" werd ontworpen in 1944 door Heinkel in Wenen als een VTOL (Vertical Take-Off and Landing). De Wespe was net zoals de Bachem Ba 349 "Natter" om fabrieken en andere belangrijke complexen te verdedigen.

De Wespe is gebouwd rond een circulaire vleugel bestaande uit zes delen met aan de buitenzijde, twee kleine vleugels. Zo kon het toestel zicht optillen met behulp van een Heinkel S-011 motor. Het steekvlam van de motor, die langs de achterkant van het romp uit spuwt, zou het toestel voortbewegen. Hierdoor was enkel 1 motor vereist voor het optillen en voor het voort bewegen. Tegenover de Focke-Wulf VTOL Project, die meerdere motoren vereist. Het toevoer van lucht word opgenomen via een brede mondstuk in de neus die onder de cockpit liep, doorheen de spoelen van de circulaire vleugel - zo werd de circulaire vleugel in beweging gebracht - om nadien onmiddellijk in de motor opgenomen te worden.

Het toestel stond verticaal op een driedelige landingsgestel met elk een wiel. De piloot zat in een zit verhouding (Er waren projecten waarbij de piloot zou liggen zoals opvolger Heinkel "Lerche II") in een druk cabine. De bewapening bestond uit twee 30mm Mk108 vliegtuigkanonnen die aan de zijkanten van het cockpit werden voorzien.

De Heinkel VTOL concepten (Heinkel Lerche II en de Heinkel Wespe) hadden de identieke opstijg, vlieg en landingtechniek. De piloot ging door middel van een trap in het toestel, die vertikaal stond. Bij de Wespe word de circulaire vleugel aangedreven door opgezogen lucht voor de straalaangedreven Heinkel S-011 motor. Bij de Lerche II werden de circulaire vleugels in werking gebracht door twee Daimler motoren. Hierdoor ontstond net zoals een helikopter liftkracht zodat het toestel vertikaal opsteeg. Na een bepaalde hoogte, zal het toestel door middel van zijn driedelige landingsgestel die voorzien werd van hoogteroer, in horizontale verhouding gebracht. De Wespe zal zich voortbewegen met zijn straalaangedreven Heinkel S-011 motor terwijl de Lerche II gebruik zal maken van zijn twee Daimler motoren die elk een circulaire vleugel laten draaien. Bij het landen, zal het toestel zich in verticale positie brengen door middel van zijn driedelige landingsgestel die voorzien werd van hoogteroer en zal zich op de grond plaatsen door zijn circulaire vleugel(s) trager te laten draaien. De Wespe is voorzien van twee kleine vleugels die voorzien zijn van rolroeren. De Lerche II bezit geen vleugels zodat hij gebruik zal maken van zijn richtingstoer en hoogteroer die ook een functie zou krijgen als rolroer.