Verschil tussen de dienstplicht en beroepsleger

afbeelding van P Geertsma

Tot aan het begin negentiger jaren van de vorige eeuw werkten er zeer veel militairen in het Nederlandse leger. Het totaal aantal militairen en ander Defensiepersoneel wat toen werkzaam was binnen de Nederlandse krijgsmacht was bijna het dubbele van het aantal militairen dat nu binnen Defensie werkzaam zijn. De terugloop van het aantal personeelsleden binnen Defensie is voor een groot deel te wijten aan de afschaffing van de Dienstplicht. De Dienstplicht zorgde er in de 20ste eeuw voor dat iedere jongen vanaf zijn 18de een bepaalde periode Dienstplicht moest vervullen binnen het Nederlandse leger. Hiervoor moest de kandidaat wel een keuring volgen. Na de keuring werd de kandidaat goedgekeurd of afgekeurd voor Defensie. Ongemotiveerde personen die voor de dienstplicht opkwamen probeerden er van alles aan te doen om afgekeurd te worden. De keuringseisen waren toen ter tijd echter soepeler als tegenwoordig. Het huidige Nederlandse leger bestaat uit beroepsmilitairen in een BBT of BOT contractfase.

De keuring wordt nu nog steeds door een aantal kandidaten erg spannend gevonden. Nu is de spanning echter niet omdat ze bang zijn om goedgekeurd te worden maar juist omdat men bang is om afgekeurd te worden. De keuringseisen zijn strenger dan in het verleden. Zo wordt met de psychologische keuring extra de nadruk gelegd op de motivatie van de kandidaat. De motivatie is erg belangrijk omdat Defensie er zeker van wil zijn dat de kandidaat bewust voor Defensie kiest. Wanneer de kandidaat wordt goedgekeurd voor bijvoorbeeld een gevechtsfunctie dan zal hij of zij een aantal kostbare opleidingen moeten ondergaan. Defensie wil van te voren goed weten dat de kandidaat militair bereid is om deze opleidingen af te ronden.

Wanneer een beroepsmilitair eenmaal zijn opleidingen heeft afgerond wordt hij of zij vrijwel zeker uitgezonden. Dit was in de tijd van de dienstplicht eigenlijk nooit het geval. De risico’s die militairen nu lopen zijn veel groter. Veel risico’s kunnen worden weggenomen door een gedegen opleiding en training. Toch blijft de kans op lichamelijk en psychisch letsel aanwezig. Het werken bij Defensie is echter zowel nationaal als internationaal belangrijk. Dat daar risico’s aan zijn verbonden is een noodzakelijk kwaad. Defensie blijft in ontwikkeling en dat is goed. Ten opzichte van de periode van de Dienstplicht vind ik de huidige Defensie sterk verbeterd. De organisatie is professioneler en belangrijker voor de samenleving door haar brede takenpakket.