Ultimatum Afghanistan en de oorlog

afbeelding van P Geertsma

Voorafgaande aan een oorlog wordt er vaak een ultimatum gesteld. Een ultimatum is meestal een pakket van eisen dat de partij die waarschijnlijk gaat winnen aan de mindere partij stelt. In het geval van de oorlog in Afghanistan was Amerika sterk overtuigd van het vermoeden dat Bin Laden betrokken was bij de voorbereiding en financiering van de aanslagen op 11 september 2001. Amerika wilde een vergeldingsoorlog tegen de terroristen beginnen en noemde dit de War on Terror. Aangezien Osama Bin Laden vermoedelijk in Afghanistan aanwezig was wilde de Amerikanen de regering van Afghanistan onder druk zetten om de terroristenleider uit te leveren. Deze druk kwam onder andere tot uiting op 20 september 2001. Toen stelde de Amerikaanse president George W. Bush een ultimatum.

De Taliban was echter niet bereid om met de Amerikanen te onderhandelen omdat dat volgens hen een belediging zou zijn van de Islam. Veel gesprekken vonden daarom plaats met tussenkomst van Pakistan. De Taliban kreeg de eis van de Amerikanen dat ze alle buitenlandse gevangenen waaronder Amerikaanse burgers moest vrijlaten. Daarnaast moest de Taliban er voor zorgen dat buitenlandse journalisten, hulpverleners en diplomaten in Afghanistan onbevreesd hun werk konden doen. Veel journalisten werden namelijk door de Taliban gevangen genomen en ondervraagd. Daar moest een einde aan komen vond Amerika. Ook de openlijke steun die de regering van de Taliban had moest worden stopgezet. Daarom eisten de Amerikanen dat de Taliban de trainingskampen voor terroristen in Afghanistan zou sluiten. Ook moesten de personen die bij een terroristische organisatie werkzaam zouden zijn of er op een andere manier banden mee hadden worden vervolgd en uitgeleverd aan “geschikte autoriteiten”. Amerikaanse waarnemers moesten worden toegelaten om de uitvoer van deze eisen in de praktijk te controleren.
Amerika kreeg al spoedig in de gaten dat de Taliban en Osama Bin Laden behoorlijk stevige banden met elkaar hadden. De Taliban weigerde dan ook om Osama Bin Laden uit te leveren en wilde hem ook niet vervolgen. Op 18 november 2001 bemoeide de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich met de situatie in Afghanistan. Zij stelden een speciale resolutie op. In deze VN resolutie werd van de Taliban geëist dat Osama Bin Laden door Afghanistan uitgeleverd moest worden. Dit werd echter niet gedaan.

In de VN resolutie was echter niet de dreiging van geweld opgenomen. Amerika wilde echter wel geweld toepassen om de terroristen en de mensen die hen steunden uit de weg te ruimen. Op zondag 7 oktober 2001 begon Amerika een offensief tegen Afghanistan. Dat offensief startte om ca. 18.00 uur. De aanval van Amerika vond in eerste instantie plaats vanuit de lucht. Er werd een groot bombardement gehouden waarbij verschillende bolwerken van de Taliban werden verwoest. Na het bombardeerden werden troepen en materieel landinwaarts gevoerd. Al spoedig bleek te Taliban een zwakke partij die tegen Amerika niets kon beginnen. Na een aantal gevechten vertrokken veel Talibanleden naar onherbergzame gebieden om daar als sluipschutters en zelfmoordterroristen de strijd voort te zetten.