Strijdwagen als wapen in de oudheid

afbeelding van P Geertsma

In de oudheid kende men geen tanks of andere gemotoriseerde voertuigen dus moest men op een andere manier er voor zorgen dat men mobiel was op het front en daarnaast snel kon manoeuvreren. In eerste instantie deden veel legers dat gewoon te voet. Als snel leerde men dat het paard een uitkomst kon bieden. Nadat ruiters te paard streden tegen hun tegenstander werd ook de strijdwagen ingevoerd. Deze wagens waren in veel gevallen voorzien van slechts twee wielen. Voor deze wagen werden een paard of meestal meerdere paarden gespannen zodat de strijdwagen zeer snel kon bewegen. In de strijdwagen zaten meestal twee personen. Een persoon moest de wagen besturen en de andere kon met een speer, zwaard of boog de vijand belagen. De strijdwagen werd gebruikt in zowel de bronstijd als de ijzertijd. Aan de wagen werden soms scherpe punten bevestigd die er voor moesten zorgen dat de wagen door vijanden moeilijk te benaderen was. De strijdwagen werd door veel landen gebruikt en kende veel verschillende vormen. Toch was de strijdwagen wel een onderdeel van een modern en lux leger. De eenvoudige stammen hadden meestal niet meer dan alleen een paard om op te zitten of moesten gewoon te voet vechten. Paarden en wagens waren in de bronstijd en ijzertijd een zeer kostbaar bezit. Met een strijdwagen kon je heel goed op het open veld vechten maar zodra de grond drassig werd of een gebied dichter bebost hadden de wagenmenners een probleem. In die gebieden was een strijdwagen juist in het nadeel omdat het niet snel kon bewegen. Toen de strijdwagen niet meer op het slagveld werd gebruikt verdween de wagen in verschillende sporten. Zo deden de Romeinen in hun arena’s nog regelmatig wedstrijden in het wagenmennen. Dat was overigens wel een gevaarlijke sport omdat de snelheden zeer hoog waren en de bescherming van de wagenmenners zeer gering.