Slag om Duinkerke 27 mei tot 4 juni 1940

afbeelding van P Geertsma

De Slag om Duinkerke die plaatsvond tussen 27 mei en 4 juni 1940 is eigenlijk een grote evacuatie geweest van geallieerde troepen uit het noorden van Frankrijk. De Duitsers voerden vanuit België en Duitsland een soort tangbeweging uit om de Franse troepen en het Britse Expeditieleger te omsingelen en daarna te vernietigen. Ondanks dat de Duitsers heel goed slaagden in de eerste fase van de omsingeling aarzelden ze op het laatste moment. De Britten en de Fransen boden veel tegenstand terwijl ondertussen een grootscheepse evacuatie werd opgezet door Engeland. Engeland zette vrijwel alle schepen in die ze konden inzetten om de Engelse en Franse militairen uit hun moeilijke positie te bevrijden. Vissersboten en vrachtschepen behoorden ook tot de evacuatie-armada.

Ondertussen probeerden de Britse en Franse militairen er alles aan te doen om de Duitsers tegen te houden. Toen de Duitse Luftwaffe werd ingezet hadden de geallieerden nauwelijks de mogelijkheid om zich te weren. Op de stranden schoten de militairen zelfs met geweren op de vliegtuigen van de Luftwaffe. Uiteindelijk konden 218.226 man Britten samen met 123.095 Fransen aan de omsingeling van de Duitsers ontkomen. Deze militairen werden overgebracht naar Groot-Brittannië van waaruit ze later weer zouden worden ingezet om Europa te bevrijden. Het feit dat deze evacuatie zo goed was verlopen zat voor een deel in de voorbereidingen die al waren getroffen voordat er sprake was van een daadwerkelijke omsingeling. Daarnaast moet de moed van de schippers en militairen worden genoemd als belangrijke reden van het welslagen van de evacuatie van Duinkerke. Uiteindelijk kan men met recht over het “wonder van Duinkerke” spreken.