Romeinen en Bataven in Xanten

afbeelding van Rende van de Kamp

Na mijn bezoek aan de plaats waar de grote veldslag in het Teutoburgerwoud plaatsvond (Kalkriese), werd het tijd mij te verdiepen in de grote Bataafse held Julius (of Claudius) Civilis. In 69 na Christus kwamen de Bataven in opstand tegen de Romeinen in wat bekend zou worden als de Bataafse Opstand. Net als bij die grote slag in het Teutoburgerwoud, had de opstand veel kenmerken van een ordinaire muiterij. De harde kern van de opstandelingen werd gevormd door de élitesoldaten uit de Romeinse hulpkorpsen onder leiding van hun chef Civilis. De verhalen die aan ons overgeleverd werden spreken, net als bij Hermann, de Cheruskische leider bij de Slag in het Teutoburgerwoud, van allerlei onrechtvaardigheden en verwikkelingen door de Romeinse meesters hun Germaanse volgelingen aangedaan. Feit blijft dat Germaanse aanvoerders die met hun volgelingen reeds vele jaren dienden in de Romeinse legers de kern vormden van een moordpartij zonder weerga hun oude meesters aangedaan. Het volk van de Bataven was zoals bekend een afsplitsing van de Germaanse stam der Catten of Chatten (later genoemd Hessen). Zouden die Catten en later Hessen later bekend worden als uitstekende voetsoldaten, de elitaire Bataven gingen meestal te paard. De Bataafse ruiterij was door de vijanden van Rome gevreesd en nam als zeer loyaal onderdeel van de legers van Rome deel aan vele campagnes en veldtochten overal in het Romeinse Rijk.
Het gebied rond Nijmegen was de woonplaats van deze krijgers en de Romeinse geschiedschrijver Tacitus beschreef uitvoerig over dit volk en zijn opstand. De Bataven werden hiermee de eerste geregistreerde Nederlanders en later waren ook de oudste in Nederland gevonden geschriften afkomstig van Bataafse soldaten die vanuit het verre buitenland naar huis schreven. De geschiedenis van Nederland begon dus eigenlijk met huursoldaten. Over die Bataven, maar ook over de Romeinen is al veel te vinden in het Nijmeegse museum 'Het Valkhof', dat zeker een bezoek waard is. (Ook in mijn boek Soldaat voor een ander, deel 1 is een heel hoofdstuk te vinden over een Bataaf in Romeinse krijgsdienst).
Terug naar die ontevreden Bataven. Bondgenoten van de Bataven tijdens hun opstand waren Friezen en Kaninefaten onder hun aanvoerder Brinno. Opgerukt werd naar de grote kolonie Castra Vetera in wat nu Xanten heet. Castra Vetera was samen met het toenmalige Keulen de grootste vestingstad van de Romeinen in Neder-Germanië. Na de stad verschillende malen te hebben belegerd, werd deze uiteindelijk grotendeels verwoest en iets verder weer opgebouwd.
Archeologische vonsten hebben kunnen leiden tot een reconstructie van de stad en die reconstructie is door de Duitsers verwerkt in een park dat door toeristen is te bezoeken. Voor 9 euro toegang en parkeren gratis kun je de hele dag rondlopen in wat eens een Romeinse stad was met maar liefst 10.000 inwoners. Vanaf een te beklimmen wachttoren kijk ik neer op de volle parkeerplaats en stel mij voor hoe de Romeinse wachtposten in hun bezigheden werden gestoord toen honderden schreeuwende Germanen op de parkeerplaats stonden. Zij hadden belegeringswerktuigen meegebracht, maar konden daar niet goed mee omgaan, zodat de stad in eerste instantie nog werd behouden. Later zou het echter veel minder goed aflopen.
In het park is ook het Römermuseum, waar op verschillende verdiepingen veel aandacht wordt besteed aan kleding, voedsel, huisvesting en gebruiken van Romeinen en Bataven. Ook de militaire aspekten komen aan bod. Hoewel ik graag wat meer levensgrote maquettes had gezien van Romeinse soldaten en Bataafse hulptroepen, is er toch genoeg te zien en te leren.
Beneden in het gebouw is een kiosk, waar ook boeken te koop zijn. (Waar zijn de uitmuntende engelstalige Osprey-boeken?) De keuze hier is redelijk, wat net als in Kalkriese, in tegenstelling staat tot de meeste Nederlandse musea.
Germaanse kinderen rennen schreeuwend rond de kiosk en draaien verwoed aan het rek met de ansichtkaarten (Germaanse term voor met een afbeelding bedrukte postkaart). Ik stel mij voor hoe beschaafde Romeinen zich moeten hebben geërgerd aan de slecht opgevoede kinderen van de Germaanse bewoners van deze streek. K-Germaantjes zullen zij wellicht hun kwelgeesten hebben genoemd.
In het grote park zijn reconstructies van badhuizen, tempels, wachttorens en stadsmuren, een arena en allerlei kleinere bouwwerken te zien. Nog niet alles is klaar, want er wordt nog volop gebouwd.
Het park is niet alleen interessant voor ouderen, maar ook kinderen kunnen naar hartelust spelen en rondrennen.
Opgetogen breng ik nog kort een bezoek aan de stad Xanten zelf. Een conifeer van duizend jaar oud heeft alles overleefd en staat voor het plaatselijke politiebureau. Die boom moet heel wat arrestanten gezien hebben.
Naast Xanten is ook de streek interessant. Nabijgelegen steden als Emmerik en Kleef herinneren aan het feit dat dit gebied eens behoorde tot de Nederlanden. Waarom nu eigenlijk niet meer?
Als zuinige Bataaf rijd ik vlak voor de limes (de grens) nog even de snelweg af om voor meer dan 10% goedkoper mijn tank vol te gooien. Zo, die tweeënhalve euro gaan in ieder geval niet naar Den Haag.
De luie Bataaf, die liever thuisblijft of in het gebied van de Kaninefaten naar het strand gaat, kan zich toch op de hoogte stellen op:
http://www.xanten.de/nl/toerisme/bezienswaardigheden/roemermuseum/