Rangen en standen in het leger achterhaald?

afbeelding van P Geertsma

Het leger is een autoritaire organisatie die een duidelijke organisatiestructuur heeft. Van oudsher is het een organisatie met een topdown beleid. Waarbij de doelstellingen in de top van de organisatie worden vormgegeven en naar beneden toe worden afgewenteld tot de uitvoerende klasse. Vanuit de onderkant van de organisatie is het echter moeilijk om invloed uit te oefenen op de mensen die daadwerkelijk belast zijn met het leidinggeven.
In de burgermaatschappij is de laatste tijd veel veranderd. Organisaties zijn democratischer geworden en bieden werknemers de mogelijkheid om hun stem te laten horen in bijvoorbeeld een O.R. een vakbond of ander samenwerkingsverband. Daarnaast worden chefs en directeuren regelmatig bij hun voornaam genoemd. Dit zorgt voor een hele open organisatiecultuur met hele korte lijnen. Ook belangrijke overheidsfunctionarissen zoals ministers en burgermeesters worden vaak gewoon bij hun voornaam genoemd zonder allemaal titels en andere formaliteiten.

Het leger lijkt echter vast te houden aan zijn oude traditionele waarden. Dat is op zich natuurlijk niet verkeerd. Het leger heeft ook een vakbond en andere verbanden waarin de militairen als werknemer hun stem kunnen laten horen. Echter blijft het verhaal van rangen en standen gehandhaafd. Dit is in mijn ogen niet altijd even handig. In veel gevallen komt het voor dat iemand op basis van zijn of haar diensttermijn of scholing aanspraak kan maken op een hogere rang. Dit werkt natuurlijk prima in vredestijd. Maar het is natuurlijk niet erg effectief want iemand die goed kan studeren kan hierdoor in rang groeien terwijl de mensen van de praktijk vaak in de uitvoerende rangen blijven zitten.

Tijdens oorlogen was dit systeem door de meest effectieve legers wel anders. Op het front werd gezien wie daadwerkelijk de leidinggevende was en wie als voorbeeld diende voor zijn mensen. De militairen die opvielen en konden gepromoveerd worden wanneer dat nodig was. Door deze veldpromoties kregen eigenlijk alleen de mensen met gevechtservaring een hogere rang. Een bijkomend aspect hiervan was dat deze personen ook respect kregen van hun ondergeschikten die wisten dat hun leidinggevenden hun promotie echt hadden verdient.

Ik denk daarom dat de waarde van een militair tegenwoordig niet zit in de rang die hij of zij heeft maar meer in de kwaliteit en kameraadschap die de persoon naar zijn collega’s uitstraalt tijdens vredesmissies. Voor een betrouwbare kameraadschappelijke houding kun je soms een onderscheiding krijgen maar meestal wordt het ondergewaardeerd. Tja en goed militair ben je in je hart en niet op basis van strepen en sterren.