De radioset 3MkII "Berit"
Samenvatting van de werking van De radioset 3MkII "Berit".
Door Willem Mugge
De 3 MKII suitcase set werd rond 1941 ontwikkeld door Majoor John I. Brown in opdracht van SOE (Special Operations Executive).SOE was de voorloper van MI-6, de Engelse geheime dienst.
De ontwikkeling vond plaats in een voormalig hotel genaamd The Fyrthe in Welwyn door een firma genaamd “Inter Service Research Bureau”. In feite was deze firma onderdeel van een aantal SOE afdelingen waar materiaal werd ontwikkeld voor illegale operaties in bezet Europa
De 3 MKII, ook wel genaamd B2, werd geproduceerd in Stoneleigh Park in noordwest Londen. Van deze set zijn er ruim 7000 stuks geproduceerd en de piek van de productie lag op 400 stuks per maand in 1944.
Na het einde van de oorlog gingen veel sets naar militaire eenheden, waaronder de SAS. Veel sets vonden hun weg naar zuidoost Azië.
Eind jaren 40 werden de surplus sets ook te koop aangeboden via de engelse vereniging voor radioamateurs, hierdoor zijn er nog steeds B2 sets in de lucht.
Technische gegevens
Frequentiebereik: 3,1 – 15,5 MHz, verdeeld over drie banden.
Uitgangsvermogen: 16-20 watt, hiermee was de B2 de krachtigste set van SOE.
Gewicht: 14,5 kg.
Modulatie: CW (morse)
De B2 was verpakt in een koffer, of als de set met een parachute gedropt moest worden, in twee waterdichte containers.
De koffer was bedacht met het idee dat een agent zich met zender en al zou kunnen verplaatsen zonder dat het opviel. Een nadeel was echter dat alle koffers van hetzelfde type waren zodat de bezetter iedereen met een dergelijke koffer aanhield en men moest ter plekke de koffer openen.
De set kon gevoed worden vanuit het lichtnet, met accu’s, een handgenerator en SOE had zelfs een miniatuur stoomgenerator ontwikkeld die op hout of met kolen gestookt kon worden.
De eerste B2 sets kwamen op 4 maart 1942 in de lucht.
De Ontvanger
De ontvanger is een super met een middenfreqientie van 450 kHz. De ontvanger is omschakelbaar voor de frequentiebanden 3,1 – 5,4 MHz, 5,2 – 9,04 MHz en 8,7 – 15,2 MHz. Na een afgestemde antennekring volgt direct de mengbuis 7Q7, een hepthode. Na een middenfrequenttrafo volgt een 7R7 dubbel duo penthode als 1e mideenfrequentversterker. Via een tweede middenfrequenttrafo volgt opnieuw een 7Q7 als 2e middenfrequent buis. Deze hepthode genereert tevens op 470 kHz als BFO. Het uitgangssignaal gaat via een 3e middenfrequenttrafo naar een diode van een tweede 7R7, waarvan het penthode deel als audioversterker functioneert en het uitgangssignaal voor de hoofdtelefoon levert.
De ontvanger is alleen geschikt voor de ontvangst van morse signalen, hierop wijst de schakeling van de BFO die een zeer sterk signaal op de detector zet voor een goede lineaire detectie van CW signalen.
De BFO is niet uitschakelbaar, er is geen automatische versterkerregeling aanwezig en het volume op de hoofdtelefoon is ook niet regelbaar. De totale versterking wordt met de hand geregeld door de negatieve roosterspanning op de eerste drie buizen.
De zender
De zender bestaat uit twee buizen. De eerste, een EL32, werkt als een kristaloscillator, met kristallen tussen 3- en 8 MHz. Door frequentieverdubbeling in de kristaltrap kan de zender een hoogfrequentsignaal genereren tussen de 3- en 16 MHz.
De 6L6 in de eindtrap krijgt 500 volt anodespanning en deze produceert een vermogen tussen de 15 en 20 watt.
De standaard meegeleverde long-wire antenne had een lengte van 20 meter.
De tankspoel is uitwisselbaar, de overige kringen zijn omschakelbaar.
De morse sleutel is direct in de kathodeleiding van de 6L6 eindtrap buis opgenomen.
- Blog van P Geertsma
- login om te reageren