Mariniers op weg naar Afghanistan

afbeelding van Willem Jozeph

Vanaf eind deze maand vormt een versterkte compagnie mariniers een vast onderdeel van de Nederlandse Battle Group. De eerste grotere eenheid van de 22e Infanteriecompagnie van het Korps Mariniers uit Doorn is op 7 juli vertrokken naar Uruzgan vanaf Vliegbasis Eindhoven. Deze week vertrekt het resterende deel van ruim 150 mariniers voor de eerste shift naar Uruzgan.

Al vanaf het allereerste begin van de Nederlandse inzet in Afghanistan zijn mariniers betrokken bij de missie. Zowel als Special Forces, als in de Operational Mentor and Liaison Teams, de Provincial Reconstruction Teams en in de staven. In de komende twee jaar zullen naar verwachting rond de 700 mariniers naar het gebied worden uitgezonden. Dit markeert de grootste personele inzet van het Korps Mariniers in een ernstmissie sinds jaren.

In de afgelopen maanden heeft de 22e zich samen met collega's van land- en luchtmacht voorbereid in een intensief opwerkprogramma voor Uruzgan. Rond november worden deze mariniers afgelost door de 23e Infanteriecompagnie, eveneens uit Doorn.

Het Korps Mariniers vormt de ‘lange arm’ van de vloot landinwaarts en versterkt van oudsher scheepsbemanningen op specifieke terreinen, zoals het ‘boarden’ (enteren) van schepen. Daarom maakt het Korps deel uit van de Koninklijke Marine. In de afgelopen drieënhalve eeuw heeft het Korps Mariniers zich ontwikkeld tot een eenheid die is gespecialiseerd in wereldwijd optreden onder extreme omstandigheden.

Doordat mariniers worden getraind op mentale en fysieke gehardheid en het functioneren met een minimum aan voorzieningen, zijn zij bij uitstek geschikt om als eerste te worden ingezet in een nieuw operatiegebied (‘initial entry’). Het Korps Mariniers beschikt over meer commandogetrainde militairen dan enig ander korps binnen de Nederlandse krijgsmacht. Onze ‘maritime special forces’ werken dan ook veel en intensief samen met Nederlandse en buitenlandse collega’s om op te treden in situaties waarin wordt beoogd een strategische doorbraak te realiseren.

Over wat hun werkzaamheden in Uruzgan precies gaan inhouden wordt door Defensie om tactische redenen terughoudend gecommuniceerd. Onder leiding van het Commando Landstrijdkrachten zullen de mariniers weer intensief gaan samenwerken met hun collega’s van de Landmacht en buitenlandse militairen. De mariniers beschikken over gemodificeerde ‘Viking’ rupsvoertuigen waarmee zij zich ook kunnen verplaatsen in moeilijk begaanbaar terrein.