M16 Stahlhelm in de Eerste Wereldoorlog

afbeelding van P Geertsma

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen de Duitse militairen er al spoedig achter dat hun imposante ‘pickelhaubes’ (punthelmen) geen bescherming boden tegen vijandelijke kogels en serven van projectielen. Daarom bestloot het Duitse XVIIIde legerkorps onderzoek te doen naar de verwondingen die Duitse soldaten hadden opgelopen aan hun hoofd tijdens de eerste periode van de “Grote Oorlog”. Hierbij werd duidelijk dat 83 procent van de wonden die de Duitse militairen opliepen aan hun hoofd werden veroorzaakt door de scherfwerking van granaten. De overige 17 procent werd veroorzaakt door kogels. Er werden metalen veiligheidshelmen ontwikkeld voor het front. Deze helmen werden in eerste instantie Stahlschutzhelmen genoemd. De productie hiervan begon al aan het begin van 1916. De Stahlschutzhelm werd al spoedig "Stahlhelm" genoemd en werd één van de belangrijkste en meest typerende kenmerken van het Duitse leger. Erich von Falkenhayn liet de Stahlhelm door het hele Duitse leger gebruiken zodat het aantal slachtoffers zou worden verminderd. De Stahlhelm uit 1916 heeft twee ‘knobbels’ aan de zijkanten waarop een speciale pantserplaat kon worden gemonteerd ten behoeve van de voorhoofdbescherming van de soldaten die in de frontlinie opereerden. De Duitse Stahlhelm uit 1916 is ook wel bekend onder de naam M16 bij militariaverzamelaars.