De kwestie Irak voor de Nederlandse Defensie

afbeelding van P Geertsma

Saddam Hoessein en zijn regime zijn al sinds 2003 niet meer aan de macht in Irak. Na jarenlange provocatie ondervond Saddam Hoessein de reactie van het Amerikaanse leger. Het Amerikaanse leger was in tegenstelling tot de eerste golfoorlog vastbesloten om Saddam te verdrijven evenals alle functionarissen die samen met hem deel uitmaakten van een gewelddadige dictatuur. De oorlog was hevig maar duurde niet heel lang. De kerutroepen van Saddam boden minder weerstand dan van te voren werd aangenomen. Ondanks de oorlogsinspanningen van het Amerikaanse leger en de grote inspanningen van de inlichtingendiensten werden echter geen massavernietigingswapens gevonden. Dit was een onthutsende conclusie na een hevige strijd. Amerika had Irak juist aangevallen omdat ze bewijs meenden te hebben voor massavernietigingswapens in Irak. Dit bewijs bleek achter af in een aantal gevallen doelbewust te zijn vervalst. Dit neemt echter voor veel mensen en regeringen niet weg dat Saddam en zijn partij verdreven hadden moeten worden.

Ook de Nederlandse overheid staat nog steeds achter het besluit om Irak stabiel te maken en de bevolking te helpen met de wederopbouw van hun land. Als blijk van betrokkenheid heeft de Nederlandse overheid in totaal meer dan 1200 militairen beschikbaar gesteld. Deze militairen maken deel uit van de internationale Stabilisation Force Iraq (SFIR). Deze stabilisatiemacht is omvangrijk en heeft momenteel een grote invloed in Irak. Er doen verschillende landen samen met Nederland mee aan de Stabilisation Force Iraq (SFIR). Het totaal aantal landen dat deelneemt is 30. Met name Amerika en het Verenigd Koninkrijk leveren veel militairen aan Irak. Inmiddels zijn veel Nederlandse SFIR militairen al uit Irak verdwenen. De laatste militairen zijn vetrokken in april 2005. dat wil overigens nog niet zeggen dat er helemaal geen Nederlandse militairen en waarnemers in Irak zitten. De oorlog in Irak is nog niet geheel voorbij. Er is nog niet een stabiele regering in Irak gevestigd die het land in goede banen kan leiden. Irak is nog steeds afhankelijk van andere landen om economische en sociaal goed te kunnen draaien. Onder de maatschappelijke oppervlakte van het land broeien nog verschillende verzetshaarden. Een deel van die verzetshaarden worden aangewakkerd door het buurland Iran. De laatste tijd is Iran bijzonder instabiel en is duidelijk naar voren gekomen dat de regering van Iran gewoon een dictatuur is in plaats van een Islamitische democratie.

Het is nog even afwachten hoe de situatie zich in Irak ontwikkeld. Het lijkt er op dat de komende jaren nog steeds internationale waarnemers en militairen nodig zijn om de stabiliteit in Irak te bevorderen en te verdedigen tegen terroristen en andere militante groeperingen. De bijdrage van Nederlandse functionarissen en militairen zal blijven maar wellicht op een kleinere schaal.