Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger tijdens en na de Tweede Wereldoorlog

afbeelding van P Geertsma

Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) was in de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de gevechten tegen de Japanners. Hoewel het KNIL over redelijk moderne wapens beschikte was het leger niet opgewassen tegen de grote hoeveelheid Japanse militairen. De KNIL had in de twintiger jaren van de 20ste eeuw een eigen Luchtmachtafdeling die de naam LA-KNIL (Luchtafdeling Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). Daarnaast had de KNIL een aantal gepantserde wagens ter beschikking en tanks. Een aantal uitrustingstukken van de KNIL waren beter dan de Nederlandse militairen die in Nederland waren gestationeerd. Daarnaast hadden de militairen van de KNIL een gedegen militaire opleiding gehad en bestond de koloniale leger uit beroepsmilitairen.

Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger was echter niet opgericht om een massale aanval van een externe agressor af te slaan. De troepen van Japan wisten daardoor de militairen van de KNIL te verslaan. Voor een deel van de bevolking van de Nederlandse koloniën kwamen de Japanse militairen als bevrijders een ander deel wachtte angstig af wat deze nieuwe legermacht met hen zou uitvoeren.

Veel KNIL militairen werden door de Japanners gevangen genomen en naar jappenkampen afgevoerd of als dwangarbeiders aan het werk gezet om de Japanse doelstellingen te behalen. Hierdoor werden een aantal KNIL militairen naar Thailand overgebracht om daar te werken als ‘slaaf’ aan de Spoorlijn van Brima. Door de erbarmelijke omstandigheden die deze ‘slaven’ hadden kwamen velen te overlijden.

Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over. Hierdoor deed Japan afstand van een groot deel van de door haar bezette gebieden. Een aantal dagen na de Japanse overgave besloten Soekarno en Mohammed Hatta een onafhankelijke staat op te richten op 17 augustus 1945. Deze staat droeg de naam Indonesië. Het land Indonesië behoorde voor de Tweede Wereldoorlog tot de Nederlandse Koloniën. Nederland wilde Indonesië (of Nederlands Indië) in haar bezit houden en besloot daarom weer verder te gaan met het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). De KNIL moest de Republiek Indonesië weer aan de Nederlandse vlag onderwerpen.

De acties van de KNIL werden door veel Westerse landen niet geaccepteerd. Nederland werd door de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog bevrijd en nu hadden een aantal landen de indruk dat Nederland zelf weer als bezetter zou optreden. Nederland kreeg kritiek van de Verenigde Naties. Ook de Verenigde Staten waren niet gecharmeerd van de Nederlandse houding. Uiteindelijk besloot de Nederlandse overheid onder politieke druk haar acties te staken. Amerika dreigde met het stopzetten van de economische hulp aan Nederland.

Deze druk zorgde er voor dan Nederland ging onderhandelen met de vertegenwoordigers van de Republiek Indonesië. Dit zou leiden tot de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië in 1948. Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger werd opgeheven bij de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië in juli 1950. De KNIL veteranen kregen bij hun terugkomst in Nederland niet het respect dat ze verdiend hadden. Een aantal KNIL militairen werd met de nek aangekeken vanwege hun aandeel in de strijd tegen de Indonesiërs. Deze strijd ging er soms hard aan toe. Desondanks handelden de KNIL militairen in opdracht van de Nederlandse overheid.