KMS onderofficier heeft drie hoofdtaken

afbeelding van P Geertsma

Op de Koninklijke Militaire School (KMS) worden aankomende onderofficiers getraind op de drie hoofdtaken waar ze in de praktijk mee in aanraking kunnen komen tijdens de uitoefening van hun functie. In de praktijk moet de onderofficier kunnen optreden als leider, instructeur en als vakman. Er wordt tijdens de opleiding aandacht besteed aan hoe je het beste leiding kunt geven aan een groep. Dit moet je zowel kunnen op de kazerne als in het veld. Je moet zelfstandig aan de slag gaan met verschillende opdrachten en leert hoe je overwicht kunt hebben op je ondergeschikten en hoe je deze het beste kunt aansturen. Soms moet je creatief zijn in het bedenken van oplossingen voor bepaalde problemen die ook in de praktijk kunnen voorkomen.

Daarnaast wordt je op de gevechtstaak voorbereid. In de praktijk moet je namelijk in veel functies goed overweg kunnen met diverse wapens. Je moet in de praktijk een voorbeeld zijn voor je ondergeschikten en daarom moet je precies weten hoe ze hun taken moeten uitvoeren. Pas dan kun je ze goed instructies geven en als leidinggevende overwicht hebben. Gelukkig wordt op de Koninklijke Militaire School een zeer goede opleiding geboden zodat je straks als vakman aan de slag kunt gaan bij je eigen legeronderdeel.