Infanterie als krijgsmachtonderdeel van het Nederlandse leger

afbeelding van P Geertsma

De infanterie is het oudste krijgsmachtonderdeel binnen de Landmacht. De infanterie bestaat uit infanteristen, dit zijn soldaten die te voet vechten. In de oudheid was dit ook letterlijk zo. Infanteristen trokken te voet over land om hun tegenstanders op het slagveld te treffen. De oudste wapens die een infanterist kon gebruiken waren knuppels, zwaarden, speren en pijl en boog. Langzamerhand werden paarden steeds meer ingevoerd. Deze cavalerie zorgde er voor dat er meer snelheid op het slagveld was en dat slagordes meer konden bewegen. Toen het buskruit zijn intrede had gedaan werd de ontwikkeling van wapens versneld. Donderbussen en musketten deden hun intrede. Ook kwamen er kanonnen op het slagveld. Hierdoor werden slagvelden steeds destructiever en kwamen er gemiddeld meer soldaten om het leven. Op dit moment is de infanterie voor een groot deel gemechaniseerd. De infanterie moet met ongeveer dezelfde snelheid als tanks optrekken en wordt daarvoor met speciale gepantserde personeelsvoertuigen vervoerd. De wapens zijn ook veel geavanceerder en bestaan uit automatische wapens, handgranaten en snipergeweren waarmee vijanden op lange afstand kunnen worden uitgeschakeld.