Britse Eerste Wereldoorlog zeeblokkade
In de Eerste Wereldoorlog waren voorraden erg belangrijk. De aanvoer van voedsel zowel naar het front als naar de burgerbevolking was noodzakelijk om de oorlog gaande te houden en de rust onder de bevolking te handhaven. Daarnaast moest natuurlijk de aanvoer van munitie onbeperkt doorgaan. Veel vervoer vond plaats per schip. Daarom werd tijdens de oorlog niet alleen op land gestreden maar ook op zee. De Duitsers voerden een duikbootoorlog met het U-boten en de Britten sloten de zeewegen in zijn geheel af na een aantal krachtmetingen met de Duitse Kriegsmarine. De Kriegmarine verloor uiteindelijk veel van haar schepen en kon boven water niet meer actief worden ingezet. Onder water vormde de Duitse U-boten nog steeds een grote bedreiging voor oorlogsschepen en vrachtschepen van de Britten. Er werden door de Duitsers zelfs passagiersschepen aangevallen.
De Britten wilden Duitsland helemaal afsluiten en voorkomen dat ze Duitse militairen en de Duitse bevolking over zee nieuwe goederen zouden kunnen ontvangen. Om dit te bereiken hadden de Britten en andere geallieerden een grote zeeblokkade opgericht. Deze blokkade bestond zowel uit schepen als uit zeemijnen. In de Noordzee hadden de Britten zeemijnen geplaatst speciaal om te voorkomen dat Nederland Duitsland zou helpen. Door deze blokkade had de Duitse bevolking nauwelijks toevoer van bepaalde levensmiddelen en ontstond er onrust. Deze onrust verspreidde zich zelfs tot aan het front waar de Duitse soldaten steeds minder gemotiveerd werden om de oorlog voort te zetten. De blokkade was dus een effectief middel.
- Blog van P Geertsma
- login om te reageren