Beknopte geschiedenis van de eerste Nederlandse orden tijdens de Franse bezetting.

afbeelding van Henk-Willem

Beknopte geschiedenis van de eerste Nederlandse orden tijdens de Franse bezetting.

Aan bod komen de Orde van de Unie, Koninklijke orden van Verdienste, Koninklijke orde van Holland, Koninklijke orde van de Unie en de Orde van de Reünie.

Lodewijk Napoleon wou graag een eigen orde instellen voor zijn koninkrijk, Holland dus. In 1806 schreef hij een brief naar zijn broer, Napoleon I, met de vraag of hij een orde mocht instellen. Hij noemde toen niet het woord ridderorde, omdat Napoleon I tegen dit soort orden(de legendarische orden als de Johannieter ed.) waren.

Op 31 augustus 1806 kreeg hij antwoord terug van Napoleon I. In die brief stond dat hij maar moest wachten tot na zijn kroning en dat hij maar eens rustig aan moest doen.

Op 7 september 1806 stuurde Lodewijk Napoleon weer een brief naar Napoleon I. Daar hield hij voet bij stuk in.

Zonder antwoord af te wachten stichte hij vervolgens bij wet van 12 december 1806 maar liefst 2 orden. Namelijk de Ordre de l'Union (orde van de Unie) en de Ordre Royal du Merité (Koninklijke orde van Verdienste). Voor deze laatste was 1 groep mensen gerechtigd hem te dragen, namelijk de ontvangers van de Doggersbankmedaille.
Beide orden hadden hetzelfde motte: Doe wel en zie niet om.

Op 7 januari 1807 kreeg Lodewijk Napoleon een brief van Napoleon I waarin stond dat hij het er totaal niet mee eens was dat hij toch zijn eigen gang was gegaan en dat hij niet 1 maar 2 orden had gesticht. Napoleon I schreef ook dat hij het niet leuk vond dat Lodewijk Napoleon hem om raad vroeg en vervolgens niks met de raad heeft gedaan.

De eerste ridders werden op 1 januari 1807 benoemd.

Als reactie op de laatste brief van Napoleon I heeft Lodewijk Napoleon bij wet van 14 februari 1807 beide orden samengevoegd tot de l'Ordre Royal de Hollande (Koninklijke orde van Holland).
Hij schreef hierover in zijn brief van 22 februari 1807 aan Napoleon I.

Deze liet weten dat hij het er nog steeds niet mee eens was en dat Lodewijk Napoleon zijn orde niet aan Franse officieren of andere Fransen mocht geven zonder de toestemming van Napoleon I en dat de versierselen niet in de nabijheid van Napoleon I gedragen mochten worden.

Als reactie hierop heeft Lodewijk Napoleon de orde op 23 november 1807 opgeheven.

Op 6 februari 1808 heeft hij hem vervangen door de Koninklijke orde van de Unie/Koninklijke orde der Unie. Deze had nu 3 klassen (groot-kruis, commandeurs en ridders), de vorige hadden telkens 1 klasse. Ook het motto was veranderd. Dit was nu Eendracht maakt macht (l'Union fait la Force).
Tegen deze orde stond Napoleon I wat positiever tegenover. Hij aanvaarde zelfs op 5 april 1810 het groot-kruis hiervan.
Aan deze orden waren ook 2 medailles gekoppeld. Te weten de gouden en zilveren medaille voor Daden van dapperheid.
Deze orde wordt gezien als eerste Nederlandse ridderorde.

Op 1 juli 1810 dwong Napoleon I zijn broer Lodewijk Napoleon tot troonafstand. Hierdoor verviel de orde, maar de versierselen mochten nog wel gedragen worden. Dit was omdat er voor de orden, voor de opheffing, geen toestemming van Napoleon I nodig was om hem te mogen dragen.

Op 3 augustus 1811 schreef Napoleon I een brief aan zijn neef Cambacérès met daarin zijn idee om een nieuwe orde in te stellen. Hij schreef toen over de l'Ordre de la Réunion (Orde van de Reünie).

Bij het decreet van 18 oktober 1811, dat getekend is in het Paleis op de Dam (Amsterdam) is de oprichting officieel vast gesteld.
In dat decreet stond ook dat de versierselen van de Koninklijke orde van de Unie nog tot 1 april 1812 gedragen mochten worden. Daarna moesten de versierselen omgewisseld worden en moest men overstappen op deze orde.
De orde van de Reünie werd de tweede orde in het Keizerrijk. Onder het Legion d'Honneur (Legion van Eer).

Bij Keizerlijk Decreten van 22 februari, 29 februari en 7 maart 1812 werden groot-kruizen, commandeurs en ridders benoemd.

Bij een Keizerlijk Decreet in 1813 mochten de ontvangers van deze orde zichzelf Ridder noemen.

Naast de Koninklijke orde van de Unie, werden nog meer orden in deze orde opgenomen. Onder andere orden uit Spanje en van de Heilige Stoel.

Nadat Napoleon I was verslagen en verbannen, bleef de orde van de Reünie nog bestaan. Hij overleefde de eerste periode van de Restauratie (herstel van de oude waarden) en de honderd dagen.

Lodewijk XVIII, broer van Lodewijk XVI, hief vervolgens als Bourbon en erfgenaam van de instelling van het Keizerrijk bij ordonnantie op 28 juli 1815 de orde op.